Wie vandaag een nieuwe auto koopt, krijgt steeds vaker een batterij, elektromotor en/ of een turbogeblazen koffiemolentje. Bij Audi willen ze daarom één van hun meest karaktervolle motoren nog niet naar het rusthuis sturen: de legendarische vijfcilinder. Alleen staat Euro 7 alweer met het meettoestel klaar.
Er zijn motoren en er zijn motoren. Een tweeliter viercilinder met turbo kan tegenwoordig zonder veel moeite 300 pk of meer produceren. Technisch indrukwekkend, snel genoeg om je rijbewijs in recordtempo kwijt te spelen en meestal behoorlijk zuinig ook.
Maar start hem en je denkt zelden: Jezus, wat is dát? Bij de 2,5-liter vijfcilinder van Audi is dat anders.
Wie ooit een RS 3 - of een Cupra Formentor VZ5 met hetzelfde blok - stevig heeft horen accelereren, weet wat we bedoelen. Dat typische onregelmatige geroffel verandert naarmate de toerenteller klimt in een geluid dat ergens tussen huilen, brullen en mechanische woede zit.
En dat is geen toevalligheid. Vijfcilinders hebben door hun ontstekingsvolgorde een heel eigen klankkleur.
Voor Audi is dat geluid bovendien ongeveer wat twee nieren voor BMW zijn: onderdeel van het familie-DNA.
Van rallymonster naar RS 3
Audi begon al in de jaren zeventig vijfcilinders te bouwen, maar de echte legende ontstond een decennium later.
De combinatie van vijf cilinders, turbo en vierwielaandrijving hielp de Audi quattro uitgroeien tot een icoon van de rallysport. Sindsdien keerde het concept geregeld terug in snelle Audi's.
Vandaag leeft de bloedlijn nog voort in de RS 3, waar de 2,5-liter turbomotor 400 pk levert.
En eigenlijk is het een heerlijk anachronisme. In een tijd waarin autofabrikanten cilinders schrappen alsof ze overtollig personeel zijn, verkoopt Audi nog altijd een compacte auto met een motorconfiguratie waarvan vrijwel niemand anders zich nog bedient.
Alleen leek ook daar stilaan een einddatum op te staan.
Daar is Euro 7
Want vanaf eind 2026 wordt in Europa stapsgewijs Euro 7 ingevoerd voor nieuwe voertuigtypes. En iedere keer dat de Europese emissieregels een nieuw cijfertje krijgen, beginnen autoliefhebbers preventief afscheid te nemen van een paar leuke motoren.
De vijfcilinder zoals we hem vandaag kennen, kan niet zomaar eeuwig verder. Om hem aan toekomstige eisen te laten voldoen, zouden onder meer uitlaatgasnabehandeling, sensoren en motormanagement verder moeten worden aangepast. Dat kost geld.
Veel geld. En daar begint voor Audi de rekensom: hoeveel miljoenen investeer je nog in een motor die per definitie in relatief kleine aantallen wordt verkocht?
Normaal weet je dan ongeveer hoe laat het is. Kaarsje aan, vioolmuziek op en nog één keer een tunnel zoeken voordat de vijfcilinder naast de V10 en V12 in het museum belandt.
Maar Audi Sport blijkt voorlopig niet van plan de stekker eruit te trekken. Of misschien is 'stekker' in dit geval ongelukkig gekozen.
Audi zoekt een achterpoortje
Audi Sport-baas Rolf Michl heeft tegenover het Britse Autocar laten verstaan dat de toekomst van de vijfcilinder nog wordt onderzocht.
Er is nog geen beslissing genomen, maar Audi beseft volgens Michl bijzonder goed hoeveel betekenis deze motor voor het merk heeft.
En dus wordt bekeken of hij alsnog levensvatbaar kan worden gemaakt. Een mogelijkheid is hybridisering. Een elektromotor kan de verbrandingsmotor ondersteunen en helpt fabrikanten om prestaties en efficiëntie met elkaar te verzoenen.
Dat heeft alleen één vervelende bijwerking: gewicht. En daarvan sleuren moderne auto's inmiddels ongeveer genoeg mee.
Een andere mogelijkheid is misschien interessanter: de vijfcilinder in meer modellen van de Volkswagen-groep gebruiken. Hoe meer auto's dezelfde motor krijgen, hoe gemakkelijker Audi de ontwikkelingskosten over grotere aantallen kan verdelen.
Daar zeggen wij alvast geen nee tegen. Een Golf met vijfcilinder? Bel maar wanneer hij klaarstaat.
Karakter wordt stilaan een optie
Het verhaal van die vijfcilinder gaat uiteindelijk over iets groters dan één Audi-motor.
Nieuwe auto's zijn objectief bijna onvoorstelbaar goed geworden. Ze zijn sneller, veiliger, comfortabeler en efficiënter dan hun voorgangers.
Een elektrische gezinswagen kan tegenwoordig accelereren alsof iemand hem van een vliegdekschip heeft geschoten.
Maar snelheid alleen maakt een auto nog niet bijzonder. Een vijfcilinder heeft trillingen, geluid en een karakter dat ingenieurs bij moderne aandrijflijnen normaal juist proberen weg te ontwerpen. Het is technisch gezien misschien minder perfect. En precies daarom houden liefhebbers ervan.
Audi heeft trouwens nog helemaal niet beloofd dat de motor daadwerkelijk gered wordt. Het bedrijf onderzoekt de mogelijkheden en daarna moeten ongetwijfeld mensen met dassen, spreadsheets en bijzonder weinig sentiment beslissen of het financieel verantwoord is. Maar voorlopig is de patiënt dus nog niet overleden.
En als Audi erin slaagt zijn vijfcilinder door Euro 7 te loodsen, zullen we voor één keer niet klagen wanneer daar ergens een elektromotor bij moet helpen. Zolang die vijf potten bij plankgas maar gewoon herrie blijven schoppen.