Het wordt stilaan een terugkerend patroon. Na zowat elke terreuraanslag klinkt vroeg of laat dezelfde uitleg. "Allah wilde het." Een aanslag in Berlijn, een steekpartij in Parijs, jongeren die volgens het gerecht aanslagen op "ongelovigen" voorbereidden... telkens opnieuw duikt dezelfde naam op.
En dus rijst een logische vraag. Moeten we Allah misschien eens ondervragen? Niet de gelovigen. Niet de imams. Gewoon... Allah zelf.
Volgens de verdachten blijkt hij namelijk een bijzonder drukke agenda te hebben. De ene dag zou hij iemand bevelen een camionette in te rijden op een parade, de volgende dag vrouwen neer te steken en tussendoor blijkbaar ook nog Belgische jongeren opdrachten influisteren.
Als dat allemaal klopt, heeft die Allah een indrukwekkend strafblad opgebouwd en moet hij dringend uitgenodige worden voor verhoor. Om hem te vragen: “Meneer Allah, klopt het dat u afgelopen dagen drie verschillende mensen de opdracht gaf om onschuldige mensen aan te vallen?”
Misschien moeten we Hem eens uitnodigen voor verhoor.
"Mijnheer Allah, klopt het dat u afgelopen weekend drie verschillende personen opdracht gaf om onschuldige mensen aan te vallen?"
Want geef toe: veel goeds schuilt er niet in die Allah. We hebben nog nooit horen zeggen: “Allah heeft gezegd dat ik mijn belastingsaangifte op tijd moest indienen.” Of: “Allah heeft gezegd dat ik vandaag extra vriendelijk moest zijn tegen de buurman.”
Nee, opvallend genoeg beperkt de goddelijke communicatie zich enkel tot geweld.
Wat natuurlijk doet vermoeden dat er misschien nog een andere verklaring bestaat. Namelijk dat niet Allah spreekt… maar dat sommige mensen hun eigen haat een goddelijke stempel geven.
Dat is meteen ook het grote probleem. Zodra iemand beweert dat hij handelt "in opdracht van God", wordt elke discussie onmogelijk. Want hoe spreek je iemand tegen die ervan overtuigd is dat een fictieve figuur persoonlijk zijn weekendplanning heeft doorgestuurd?
Misschien ligt de oplossing dus niet in het arresteren van Allah. Wel in het stoppen met aanvaarden dat "God heeft het mij bevolen" ooit nog als een ernstige verklaring wordt beschouwd.