“Of we krijgen volk, of het gerecht gaat op slot.”
In het hart van Europa, waar het recht zou moeten regeren, klinkt nu luid en dringend een noodkreet uit de marmeren gangen van het Brusselse hof van beroep. Daar dreigt geen overbelasting, maar een volledige instorting. De rechters, griffiers en administratieve werkpaarden zijn op. Letterlijk. En dus vraagt het hof minister Annelies Verlinden (CD&V) om dringend versterking. Geen symbolische werkgroep of motie van goede bedoelingen, maar 75 concrete aanwervingen. Nu. Of het hele systeem implodeert.
Als je denkt dat enkel de wegen, de treinen en de Wetstraat in België vastlopen, dan heb je de toestand bij Justitie nog niet gezien. In Brussel - het juridische zenuwcentrum van het land - komt het hof van beroep zélf tot de conclusie dat het op instorten staat. In een gelekte memo, onthuld door ‘L’Echo’, maakt het hof brandhout van de huidige situatie. De termen zijn ondubbelzinnig: “Structureel gebrek aan middelen”, “endemische achterstand” en “het risico op instorting”.
Dit is geen pamflet van een vakbond of oppositiepartij. Dit is de rechtsprekende macht zélf die, met haar rug tegen de muur, de federale regering smeekt om actie — en liefst gisteren.
26 magistraten, 23 griffiers, 12 assistenten en 14 noodcontracten: geen luxe, maar noodhulp
De lijst met verlangens — of beter: overlevingsnoden — is allesbehalve buitensporig. Het hof vraagt om 75 nieuwe mensen: 26 magistraten om vonnissen te kunnen blijven schrijven, 23 griffiers om zittingen te kunnen laten doorgaan, 12 administratieve assistenten om de berg papierwerk te verwerken en 14 contractuelen als lapmiddel voor het onmiddellijke tekort. Een klein legertje, maar broodnodig. Niet om het systeem uit te breiden, maar om te vermijden dat het volledig in elkaar klapt.
Wat er op het spel staat? Niets minder dan de toegang tot rechtspraak voor tienduizenden burgers. Want in Brussel loopt de gerechtelijke achterstand al jaren op tot absurde proporties. Zaken slepen er eindeloos aan. Procedures stokken, dossiers verstoffen, rechtszekerheid verdwijnt achter een mist van vertragingen. En terwijl de instroom van nieuwe zaken jaar na jaar toeneemt, blijven de budgetten hinken achter oude beloftes.
Een rechtsstaat met versleten scharnieren
Dat net Brussel - het institutionele epicentrum van het land én van Europa -zo diep in de problemen zit, is meer dan symbolisch pijnlijk. In een normaal land zou het hof van beroep functioneren als een baken van rechtvaardigheid. In België moet het zich gedragen als een bedelaar die bij de politiek passeert voor een paar extra handen.
En de oorzaak is niet alleen de toename van dossiers — al speelt die uiteraard mee — maar vooral een jarenlange onderfinanciering die elke buffer heeft weggevreten. De frustratie over de besparingslogica in Justitie is intussen zo oud dat zelfs de voorzitters van de Nederlandstalige rechtbanken vorige maand al collectief aan de alarmbel trokken: “De rechtsstaat zakt weg.” Het hof van beroep voegt daar nu een rauwe echo aan toe: “De funderingen breken.”
Verlinden steekt... een werkgroep in gang
En wat doet minister van Justitie Annelies Verlinden, de vrouw met de sleutels tot het gerechtsgebouw? Die wijst op werkgroepen die ze heeft opgericht om de situatie te “monitoren en verbeteren”. Volgens haar kabinet is ze ervan overtuigd dat de reeds vrijgemaakte extra middelen “in de toekomst zullen moeten worden aangevuld”. Oftewel: de brandweer komt, maar ze is nog op zoek naar haar laarzen.
Het antwoord van Verlinden klinkt als een echo uit een parallel universum. Terwijl het gerecht schreeuwt om extra krachten, schuift het kabinet enkele powerpointslides naar voren en stelt gerust dat men “de situatie opvolgt”. Je redt geen zinkend schip door de menukaart van het buffet te herschrijven.
Brusselse rechters hebben geen tijd voor symboliek
Voor het hof van beroep is dit geen begrotingsspelletje of een politieke machtsstrijd. Het is puur overleven. Zonder mensen kan men geen recht spreken. Punt. En zonder rechtspraak wordt elke democratische samenleving een lege huls. Daarin verschillen België en een bananenrepubliek nog nauwelijks van elkaar.
Wat de rechters vragen, is - naar eigen zeggen - geen exuberant privilege. Ze willen gewoon hun werk doen. Wetten toepassen, recht uitspreken, burgers helpen. Maar zonder personeel wordt dat onmogelijk. Dan worden zaken op de lange baan geschoven, verdachten jarenlang in onzekerheid gehouden, en slachtoffers gestraft in plaats van geholpen.
België kan kiezen — rechtspraak of ruïnes
Het Brussels hof van beroep heeft de minister niet zomaar geschreven. Het heeft haar gewaarschuwd. Als de overheid nu niet over de brug komt, dan stort het systeem in. Letterlijk. De Belgische rechtsstaat staat voor een keuze: ofwel rekruteert men nu 75 mensen en voorkomt men een totale implosie, ofwel laat men een fundament van de democratie verkommeren tot een schandvlek.
De vraag is dus niet of het geld er is, maar of de politieke moed bestaat om het vrij te maken. Want als rechters hun werk niet meer kunnen doen, zijn we als samenleving niet langer beschaafd — maar stuurloos. En stuurloosheid in Justitie eindigt altijd in chaos, willekeur en ongelijkheid. Met andere woorden: precies dat wat het hof van beroep vandaag probeert te vermijden.
(Foto: Philip Reynaers/ /Photo News)