Hebt gij probleem? Ja, wij hebben probleem.
Voor het eerst zijn er gedetailleerde cijfers beschikbaar over de herkomst van werklozen in België. Uit die data blijkt dat zes op de tien mensen die in 2023 een werkloosheidsuitkering ontvingen, een migratieachtergrond hebben. De vaststellingen schetsen een duidelijke realiteit: mensen met buitenlandse roots zijn structureel oververtegenwoordigd in de Belgische werkloosheidscijfers.
Wie zijn de werklozen van buitenlandse herkomst?
De cijfers tonen aan dat 41,5 procent van alle werklozen volledig Belgische ouders heeft. De overige meerderheid — bijna 60 procent — heeft een migratieachtergrond, wat betekent dat minstens één ouder niet de Belgische nationaliteit heeft, of dat de persoon zelf met een andere nationaliteit werd geboren.
Binnen die groep vormen mensen met roots in de Maghreb-regio (Marokko, Algerije, Tunesië, Libië en Mauritanië) de grootste categorie. Zij vertegenwoordigen bijna 13 procent van het totale aantal werklozen in België.
Daarna volgen werkzoekenden met Zuid-Europese roots, voornamelijk uit Italië, Spanje, Portugal en Griekenland, evenals werklozen afkomstig uit de buurlanden. Wanneer men alle personen met roots in een andere EU-lidstaat samenneemt, gaat het om ongeveer 20,4 procent van de totale werkloze bevolking.
De overblijvende groep bestaat uit werklozen afkomstig uit andere regio’s buiten de EU, waaronder het Midden-Oosten, Sub-Sahara-Afrika en Azië.
België bengelt onderaan in Europa
De oververtegenwoordiging van mensen met buitenlandse roots in de werkloosheidsstatistieken is geen nieuw fenomeen, maar de omvang ervan is opmerkelijk. België behoort tot de slechtst scorende landen van Europa wat betreft de tewerkstellingsgraad van niet-EU-migranten. Meer dan de helft van de werklozen met een niet-Europese achtergrond is al langer dan één jaar werkloos, wat duidt op een structureel probleem van langdurige inactiviteit. Enkel Griekenland doet het nog slechter in dat opzicht.
Oorzaken: onderwijs, cultuur en beleid
Uit de analyse blijkt dat er drie belangrijke structurele factoren meespelen.
- Ten eerste blijft het opleidingsniveau van veel migranten en hun kinderen lager dan gemiddeld. De kloof tussen generaties — waarbij de kinderen van migranten niet dezelfde opleidingssprong maken als in andere Europese landen — vergroot de kans op langdurige werkloosheid.
- Ten tweede spelen socio-culturele factoren een rol. In bepaalde migrantengemeenschappen, vooral bij gezinnen van buiten de EU, blijven meisjes en jonge vrouwen vaker ondervertegenwoordigd in het hoger onderwijs en op de arbeidsmarkt.
- Ten derde wordt de inactiviteit van niet-Europese migranten als een bijkomende uitdaging gezien. Die groep blijkt niet alleen vaker werkloos, maar ook vaker volledig buiten de arbeidsmarkt te staan. Het verschil tussen werkloosheid en inactiviteit is in België groter dan in de meeste andere EU-lidstaten, wat erop wijst dat veel mensen met buitenlandse roots niet enkel geen werk vinden, maar zelfs niet actief op zoek zijn.
Een kwestie van incentives
De Belgische arbeidsmarkt blijkt bovendien weinig aantrekkelijk voor gezinnen met lage inkomens en meerdere kinderen — een profiel dat vaker voorkomt in migrantengezinnen. De werking van het sociale zekerheidsstelsel zorgt ervoor dat het financieel voordeel van werken soms te beperkt is. Wie een job aanneemt, ziet geregeld bepaalde voordelen wegvallen, zoals verhoogde uitkeringen of sociale kortingen.
De kost en beperkte flexibiliteit van kinderopvang versterkt dat effect, waardoor vooral gezinnen met één kostwinner economisch weinig baat hebben bij extra tewerkstelling.
Een historische erfenis
Het Belgische migratiebeleid van de voorbije decennia heeft een blijvende invloed op de arbeidsmarktstructuur. België kende voornamelijk migratiegolven in het kader van gezinshereniging en vluchtelingenopvang, niet vanuit arbeids- of studiemotivatie zoals in sommige Noord-Europese landen. Dat verklaart mee waarom de arbeidsmarktparticipatie van migranten in België achterblijft.
Een spiegel voor het arbeidsmarktbeleid
De cijfers maken duidelijk dat België met een structureel probleem kampt dat niet louter economisch, maar ook sociaal en beleidsmatig is. Zolang migratie, onderwijs en werk niet op elkaar zijn afgestemd, zal de kloof op de arbeidsmarkt blijven bestaan.
Met zes op de tien werklozen die vandaag een migratieachtergrond hebben, vormt die kloof niet langer een randfenomeen, maar een centraal aandachtspunt in het Belgische werkgelegenheidsbeleid.
Dan rest er ons nog één vraag die we met een bang hart stellen: wat zal er gebeuren als al die werklozen straks hun uitkering verliezen?
(Foto: Shutterstock)