“Een treinconducteur van 55 op pensioen? Sorry, dat feestje is voorbij.”
Donderdagavond mocht Vlaams minister-president en federaal hobby-pensioendokter Jan Jambon (N-VA) in het tot praatshow opgepoetste salon van Gert Verhulst, de kastanjes uit het politieke vuur halen. Onderwerp: de pensioenhervorming – of wat de N-VA daar onder verstaat. Met de frisheid van een PowerPoint uit 2008 en de retoriek van een boekhouder die net zijn derde espresso binnen heeft, probeerde ‘sterke Jan’ het publiek uit te leggen waarom het pensioenfeest wat minder zal zijn.
"We kunnen dat toch niet meer maken, hé?”
In het hoofd van Jambon is het simpel: “Een treinconducteur die op z’n 55ste met pensioen mag? Dat is vandaag gewoon niet meer uit te leggen.” Een uitspraak die ongeveer de hele pensioendiscussie herleidt tot één clichébeeld – de rimpelloze NMBS’er die zich met een gouden horloge en een dikke cheque richting Spaanse Costa laat uitwuiven. Maar dat beeld is wel handig als je een bevolking moet voorbereiden op minder pensioen, meer werken en vooral: minder klagen. “De waarheid is dat ons systeem niet meer houdbaar is”, klinkt het.
Walter Damen steekt de vlam in de pan
Maar waar Jambon probeerde te blussen, gooide strafpleiter Walter Damen olie op het vuur. “Mensen hebben hun hele carrière lang gerekend op hun pensioen. Dat is een sociaal contract. En dat breek je nu zomaar eenzijdig.” Bam. Het eerste juridische salvo was gelost, en het was raak.
Damen gaf een stem aan iets wat veel burgers voelen: dat de spelregels tijdens de match veranderd worden. Je werkt veertig jaar met het idee dat je vanaf je zestigste of 65ste op adem mag komen, en plots zegt de scheidsrechter: "We doen er nog vijf jaar bij." Zonder overtimevergoeding. Zonder overleg. Met de glimlach van Jambon erbovenop.
Sociale contracten? Alleen als ze passen in de begroting
Wat Damen "een contract" noemt, noemt Jambon “een belofte uit een ander tijdperk”. En dat tijdperk is – als we de N-VA mogen geloven - definitief voorbij. Niet omdat de mensen langer leven – dat argument is ondertussen een ouwe plaat – maar omdat het geld op is. Of beter: omdat men liever geen extra geld op tafel legt. Zeker niet als dat ten koste zou gaan van wat écht telt voor Jambon: fiscale cadeaus aan de werkende middenklasse en het optrekken van defensiebudgetten “voor onze veiligheid”.
Bezuinigingslogica met een sausje empathie
Om het allemaal verteerbaar te houden, gooide Jambon nog wat menselijke saus over het besparingsbord. “Ik begrijp dat dit gevoelig ligt,” zei hij op het emotionele moment van de uitzending – een moment dat al te hard deed denken aan een politicus die zijn imago probeert te poetsen zonder z’n beleid te veranderen. Empathie? Check. Verandering? Geen sprake van.
De hervorming draait niet om rechtvaardigheid, wel om rekensommen. En de enige vraag die Jambon zich stelt: “Hoe lang kunnen we nog doen alsof de staat een ouwe suikerpapa is die iedereen een zorgeloos pensioen kan geven?”
De conclusie: als er iemand op pensioen is, dan is het het sociaal contract zelf
Het echte pensioen dat op de tocht staat? Dat van de solidariteit. Het idee dat de samenleving voor haar ouderen zorgt. Dat wie gewerkt heeft, mag rusten. Dat wie aan de kar trok, niet de rekening krijgt voor de wagens die na hem komen.
In plaats daarvan krijgen we Excel-politiek: koud, berekend en onvermurwbaar. Waarbij de burger niet langer participant is aan een systeem, maar klant van een failliet pensioenbedrijf – met Jan Jambon als CEO die zich afvraagt waarom niemand meer juicht voor zijn kostenbesparingen.
(Foto: Philip Reynaers/ /Photo News)