Union Sint-Gillis krijgt een boete van 1.500 euro van het Disciplinair Comité voor het Profvoetbal. Aanleiding: bij de thuiswedstrijd tegen Genk werd geen oppervlakkige fouillering uitgevoerd — waarna in het thuisvak een rookbom werd afgestoken.
Geen fouillering aan de ingang
Op 7 maart stelde match delegate Dirk Gilon verbaasd vast dat fans die het thuisvak van het Joseph Mariënstadion betraden, niet werden gefouilleerd door de stewards. Zelfs de politie ter plaatse was verrast. Tijdens de match werd dan ook een gele rookbom afgestoken in het vak van de thuissupporters.
Union verdedigde zich op zitting door te stellen dat een oppervlakkige fouillering geen wettelijke verplichting zou zijn, omdat dat niet expliciet in de voetbalwet zou staan. De club zou op basis van een eigen risicoanalyse besloten hebben de fouillering achterwege te laten, omdat het risico "eerder klein" was.
Wet is duidelijk
Het DCP volgde die redenering niet. De match delegate verwees naar de wet op de toegangscontrole, die duidelijk stelt: *"Toegangscontrole omvat volgende activiteiten: controle van de toegangsrechten; controle op verboden voorwerpen, oppervlakkige fouillering als veiligheidsmaatregel."*
Dat er uiteindelijk een rookbom werd afgestoken, toont aan dat de aanpak van Union onvoldoende was. Het Comité erkende weliswaar dat de club andere maatregelen heeft genomen om pyrotechnisch materiaal te weren, maar die bleken niet afdoende.
Boete van 1.500 euro
Het resultaat: een boete van 1.500 euro voor de club uit Sint-Gillis. Een relatief beperkte sanctie, maar wel een duidelijk signaal dat de wetgeving rond toegangscontrole en fouillering niet vrijblijvend is.